4 Dingen die fout gaan bij het coachen van mensen met overgewicht

Van wetenschap naar praktijk: over leefstijl en gedragsverandering

vraagteken brickhouse Academy

4 Dingen die fout gaan bij het coachen van mensen met overgewicht

Veranderen kost energie. Dat geldt voor degene die wil afvallen en ook voor de coach die de verandering begeleidt. Een deel van die energie is echter verspilde energie omdat er dingen fout gaan. Hieronder 4 punten die vaak fout gaan bij het coachen van mensen met overgewicht. Welke zijn op jou van toepassing? Hoe kunnen we de begeleiding nog beter maken?

  1. Meer dan 80% van de mensen die afvalt, valt weer terug naar het oude gewicht of meer. De meeste mensen blijven niet eens een tijdje stabiel nadat ze afgevallen zijn. Na het afvallen begint het aankomen meteen. Vanaf het begin van de begeleiding moet er dan ook meer aandacht komen voor kleine en grotere terugvallen. Hoe voorkom je dit, en hoe zorg je dat je weer opstaat en verder gaat nadat het een keer is fout gegaan? Dat getal van meer dan 80% die terugvalt moet echt omlaag.
  1. Vooral aandacht besteden aan de voeding in plaats van aan het veranderen van gedrag. In de opleiding leert de coach om te rekenen aan dagmenu’s en leert vooral veel over voeding. De cliënt weet in 9 van de 10 gevallen echter ook heel veel van voeding. Hij of zij is daar al jaren mee bezig , en weet precies wat wel en niet goed is. Ondanks die kennis, is het echter niet gelukt om af te vallen. Dat komt omdat gedragsverandering moeilijk is, en om veel meer gaat dan kennis alleen. Als coach zul je dus veel meer specialist moeten zijn in gedragsverandering, in plaats van alleen te focussen op het inhoudelijke deel van de voeding.
  1. Niet voldoende evidence-based werken. De voedingsadviezen zijn vaak nog wel evidence-based, maar als het gaat om evidence-based methoden van gedragsverandering is de score een stuk lager. Toch wordt evidence-based werken, ook op dit terrein, steeds belangrijker. Evidence-based werken gaat verder dan motivational interviewing alleen. Laat je bijpraten over de laatste inzichten over gedragsverandering. Als jij het niet weet, hoe moet je cliënt het dan weten?
  1. Begeleiding in het begin, en niet als het moeilijk wordt. Meestal is er maar een bepekt aantal uren beschikbaar voor de begeleiding. Veel te weinig uren om een echt duurzame verandering te bereiken. Vaak is de begeleiding dan wat intensiever aan het begin, en wordt het na een tijdje afgebouwd. Uit onderzoek weten we echter dat mensen in het begin best veel zelfstandig kunnen, met een minimum aan begeleiding. Dan zijn ze nog gemotiveerd en lukt het allemaal wel. Kijk bijvoorbeeld naar het Smartsize programma. Na verloop van tijd wordt het echter moeilijk. Juist dan hebben je cliënten begeleiding nodig. Dus: minder intensief aan het begin, en juist meer als het moeilijk wordt.